PPINK emancipeert het beroep

‘Als bestuurder vind ik PPink ongelooflijk belangrijk omdat een goede beroepsvereniging het beroep emancipeert. De kern van onze sector ligt in de interactie tussen pedagogisch medewerker en kinderen en een volwassen beroepsvereniging moet vakinhoudelijk over relevante ontwikkelingen meepraten. Zij zorgt voor kwaliteitsverbetering door beroepseisen te formuleren, zij kwalificeert. Maar een goede beroepsvereniging diskwalificeert ook, namelijk al diegenen die onrechtmatig en/of ondeskundig het beroep van professioneel opvoeder in het geding brengen. Ik ben dus niet alleen voor een beroepsvereniging die een beroepsregister bijhoudt, maar die ook een tuchtrechtsysteem inricht. Als orthopedagoog kende ik een vergelijkbare onderscheidende kwalificatiestructuur.’

Bijdrage in contributie

‘Ik ben geen lid van PPINK en dat is terecht; ik mag namelijk niet op een groep staan. Daarvoor zou ik me eerst moeten kwalificeren en zo hoort het ook. Maar als bestuurder van Kanteel heb ik voor al onze medewerkers een bijdrage in de contributie vrij gemaakt. Iedere directeur of bestuurder die de kinderopvang serieus neemt zou de vorming van een beroepsvereniging moeten ondersteunen. Alle ziekenhuisdirecteuren doen dat voor hun verpleegkundigen, alle kraamverzorgenden zijn verplicht lid van hun eigen beroepsvereniging. Ik kijk naar het opvoeden van kinderen in onze sector als een serieuze professie, net zoals goed onderwijs gebaat is bij goede onderwijzers. PPINK kan voor de definitieve doorbraak zorgen in de perceptie van de buitenwereld op het belang van hun beroep. Mijn steun hebben ze.’